eWater
Geodan neemt deel aan het eWater project dat is opgezet om de toegankelijkheid tot Europese hydrogeologische gegevens te vergroten. eWater wordt uitgevoerd in het kader van het eContentPlusprogramma dat tot doel heeft de ontsluiting en bruikbaarheid van digitale gegevens in Europa te verbeteren.
Harmonisatie en standaardisatie
Om de toegankelijkheid te vergroten zijn verschillende aspecten gestandaardiseerd, zoals een geharmoniseerde geohydrologische legenda, kaarten en een gemeenschappelijk datamodel.
Om de geohydrologische gegevens te kunnen zoeken en raadplegen is er een servicegeoriënteerde architectuur (SOA) geïmplementeerd. Een centraal portaal regelt de toegang tot de verschillende services. Op centraal niveau is er een catalogus ingericht gebaseerd op de INSPIRE-richtlijnen en de OGC CSW-, ISO19115- en ISO19139-standaarden. In deze catalogus staan onder andere de metadata van de WMS-diensten die de geologische diensten beschikbaar stellen. Decentraal, bij de geologische diensten, zijn services ingericht om kaarten te raadplegen (WMS), geohydrologische gegevens te zoeken en raadplegen (WFS) en een SOAP service om gedetailleerde gegevens op te halen, zoals tijdreeksen (bijvoorbeeld waterniveaus) en chemische analyses.
Rol Geodan
Geodan is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een ‘nieuwe generatie’ mobiele applicaties waarbij de verschillende services op een gebruikersvriendelijke manier volledig geïntegreerd worden.
Mobiele applicatie
Voor het ontwikkelen van de mobiele applicatie is gebruik gemaakt van de nieuwste technieken op het gebied van handheld devices en user interaction. De mobiele applicatie is ontwikkeld voor de Ultra Mobile PC (link naar UMPC). De software is ontwikkeld op het .NET Framework 3.5 waarbij nieuwe interactie en implementatie technieken gebruikt zijn zoals bijvoorbeeld Windows Presentation Foundation (WPF). Naast geavanceerde user interface elementen, biedt WPF de mogelijkheid om het design van de applicatie onafhankelijk te ontwikkelen van de programmacode. In de meeste gevallen wordt de user interaction ontwikkeld door een programmeur. Door gebruik te maken van WPF kan eenvoudig een gespecialiseerde user interaction designer ingezet worden om een gebruikersvriendelijke interface te ontwikkelen.
De metadata van de kaartdiensten worden opgehaald van de centrale catalogus. Deze metadata worden gebruikt om alleen de kaartlagen te tonen die beschikbaar zijn op de locatie van de gebruiker.
De locatie van de gebruiker wordt ook gebruikt om de juiste gegevensdiensten van de verschillende geologische diensten aan te roepen om gedetailleerde gegevens op te halen. De metadata en locatie worden automatisch gebruikt om de juiste services aan te roepen, volledig transparant voor de gebruiker.




